Ze hebben veel te lange armen en benen die naar alle kanten grijpen, trekken, hangen, reiken, sleuren, rennen en vliegen. Ze hebben veel te grote hunkerende handen en ook vaak veel te grote voeten.

Vaak lijken ze te zweven (of in het ijle te hangen), maar toch staan ze met hun beide voeten stevig op de grond. (Alleen: waar ís die grond?)

Ze dragen wortels, wijzerplaten, wereldbollen, geld, ze kruipen tevoorschijn uit sardienenblikjes en uit pakjes koffie van Douwe Egberts.

Ze lijken recht uit de supermarkt geplukt en terzelfdertijd hangen ze aan de eeuwenoude gevels van de kathedralen, als waterspuwers of als eeuwig grijnzende rebellen. De Zeven Hoofdzonden van Jan Rosseels komen zowel uit de Humo als uit ’t Oud Testament.

Ze brengen ons aan ’t lachen, de beelden van Rosseels, vaak met een milde grijns, maar even vaak ook knarsetandend, met een blik vol spot en een buik vol lucht. Lachen zij de gezonde boerenglimlach – ge weet wel: die van ’t gezond verstand –    of zit er iets meer achter die lach? Als ge ’t mij vraagt, ik zou daarmee opletten, met die gezonde boerenglimlach… Immers, wat betekent dat gezond boerenverstand nog tegenwoordig, in deze tijden van angst en hoge grondprijzen?

Wees op uw hoede met de beeldjes van Rosseels: met hun schandalig blote piemels (die altijd verdacht slap hangen) zou het wel eens kunnen dat ze u vierkant in uw gezicht aan ’t uitlachen zijn, gij weldenkende kunstminnende medemens!

Maar evengoed zullen zij u ontroeren, de beeldjes van Rosseels, want kijk: daar is er een die de ander een beschermende arm om de schouder slaat, en daar is er een die zijn vriend de berg op hijst, en daar is er een die al rennend en zwevend zijn vriend een duwtje geeft, in ’t zicht van de meet… Of wacht eens: is hij zijn vriend aan ’t pootje lappen?? Gotfer.


Tekst + Foto's: Jan Simoen